Wat is de procedure bij onteigening?
De overheid heeft andere plannen voor uw omgeving. Om die plannen te realiseren, wil de overheid uw grond en/of opstallen kopen. De overheid is verplicht om dit eerst in goed overleg met u te doen: dit heet minnelijk overleg. Lukt dat niet? Dan kan de overheid overgaan tot onteigening.
Onteigening loopt volgens een strikte wettelijke procedure:
De onteigeningsprocedure onder de Omgevingswet begint met het nemen van een ontwerp onteigeningsbeschikking door het bevoegd gezag. Het bevoegd gezag is meestal een gemeente.
Een onteigeningsbeschikking moet aan allerlei (zware) vereisten voldoen, want een overheid kan niet zomaar onteigenen. Er moet bijvoorbeeld worden gemotiveerd wat het onteigeningsbelang is en worden aangetoond dat de betreffende overheid een redelijke poging heeft gedaan om de te onteigenen gronden minnelijk aan te kopen.
Vervolgens wordt het ontwerp van de onteigeningsbeschikking aan u ter inzage gelegd. U kunt als grondeigenaar bij het bevoegd gezag zowel mondeling als schriftelijk uw mening geven over het ontwerp. Dit worden zienswijzen genoemd. Het bevoegd gezag moet hierop reageren en de zienswijzen meenemen bij het besluit om te onteigenen.
Daarna wordt de onteigeningsbeschikking vastgesteld en ter bekrachtiging voorgelegd aan de bestuursrechter. U kunt bij de bestuursrechter bedenkingen indienen.
Daarna voert de bestuursrechter, of er nu wel of geen bedenkingen zijn ingediend, in ieder geval een basistoets uit. De bestuursrechter toetst dan of de onteigeningsbeschikking volgens de wettelijke vormvoorschriften tot stand is gekomen en voldoet aan de criteria (onteigeningsbelang, noodzaak en urgentie).
Op basis van bedenkingen kan de bestuursrechter een specifiekere toetsing uitvoeren.
Na de toetsing beslist de bestuursrechter of onteigening kan plaatsvinden. Hoger beroep is mogelijk bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Als de onteigening door de rechter (en mogelijk de Afdeling) terecht wordt bevonden, dan vindt de eigendomsovergang van de betreffende gronden plaats bij notariële akte.
Bij onteigening heeft u recht op een volledige schadeloosstelling. De schadeloosstellingsprocedure vindt plaats bij de burgerlijke rechter. Deze procedure kan vrijwel tegelijkertijd plaatsvinden met de procedure bij de bestuursrechter over de onteigeningsbeschikking.
Allereerst moet de onteigenaar een verzoekschrift indienen bij de rechtbank om de schadeloosstelling vast te stellen. U kunt tijdens de schadeloosstellingsprocedure uw standpunt toelichten over de hoogte van de schadeloosstelling.
Daarna stelt de rechter, met behulp van advies van onafhankelijke deskundigen, de schadeloosstelling vast. Zowel u als de onteigenaar kunnen tegen de beslissing van de rechter over de schadeloosstelling in cassatie gaan bij de Hoge Raad.