Kan ik de onteigening nog tegenhouden?
Als de overheid aan alle voorwaarden voldoet, kunt u de onteigening niet meer tegenhouden. De voorwaarden voor onteigening door de overheid zijn: onteigeningsbelang, noodzaak en urgentie. Als u onteigening wil tegenhouden, dient u aan te tonen dat de overheid niet aan alle voorwaarden voldoet.
Voorwaarde 1: Onteigeningsbelang
Er kan door de onteigenaar pas gesproken worden van een onteigeningsbelang als er sprake is van een concreet vastgesteld (en onherroepelijk) omgevingsplan, projectbesluit of omgevingsvergunning die toeziet op een ontwikkeling, gebruik of beheer (instandhouding) die afwijkt van het huidige gebruik.
Kort samengevat: het kan belangrijk zijn om uzelf tijdig in de procedures tot vaststelling van dergelijk plannen te melden. De onteigening kan dan in ieder geval niet plaatsvinden zonder dat uw belangen helemaal aan de voorkant in het proces zijn meegewogen.
Voorwaarde 2: Noodzaak
In de volgende situaties ontbreekt de noodzaak:
- er is geen of onvoldoende minnelijk overleg is gevoerd. Tot voor kort was het betrekkelijk eenvoudig voor de onteigenaar om aan te tonen dat er voldoende minnelijk overleg was gevoerd. Onder de Omgevingswet wordt de toets over het minnelijk overleg uitgevoerd door de bestuursrechter, onder de Omgevingswet wordt dat mogelijk ingewikkelder omdat de toetsing hiervan bij de bestuursrechter komt te liggen.
- het is aannemelijk is dat er op korte termijn overeenstemming wordt bereikt. Het is in bijna alle situaties aan te raden om te gaan voor het bereiken van een minnelijke overstemming. In het minnelijk overleg is het namelijk makkelijker om een maatwerkoplossing te vinden voor de gevolgen die een onteigening voor u heeft.
- als u in staat én bereid bent om de voorgenomen ontwikkeling zelf te realiseren. Zogenaamde zelfrealisatie vraagt om specifieke kennis, kunde en middelen. Én u dient aan te tonen dat u bereid bent de plannen zodanig uit te voeren dat dit past bij de wijze die door de onteigenaar is voorzien.
Voorwaarde 3: Urgentie
De urgentie moet worden aangetoond door aannemelijk te maken dat binnen drie jaar na de onteigening wordt gestart met de uitvoering van hetgeen waarvoor wordt onteigend. Met andere woorden: het is niet noodzakelijk om (al) te onteigenen als er nog zicht is op een uitvoering op korte termijn. Dat zou voorbarig zijn.
Hoe toont u dat aan?
Om de onteigening te voorkomen dient u dus aan te tonen dat één van de voorgaande situaties aan de orde is. Dat kan in eerste instantie door het indienen van zienswijzen tegen het ontwerp van de zogenaamde onteigeningsbeschikking en in tweede instantie door het indienen van bedenkingen bij bestuursrechter die de onteigeningsbeschikking toets en als dat niet tot het beoogde resultaat leidt kan nog een hoger beroep worden ingesteld bij Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Het is van cruciaal belang om in deze zienswijzen, bedenkingen en/of hoger beroepschriften goed te onderbouwen dat niet is voldaan aan de hiervoor genoemde voorwaarden. Kennis van de onteigeningsregels in de Omgevingswet en de eerdere uitspraken van rechters (jurisprudentie) is daarbij essentieel.
Onteigeningsdeskundige | Register Makelaar | Register Taxateur | Rentmeester NVR
Aelmans Adviesgroep